Een positiespel 7 tegen 3 voor de opbouw van achteruit in een 4-2-1-3, waarin de opbouwers via de zessen gecontroleerd van zone wisselen.
Wat train je?
Spelers leren een overtal benutten, de vrije zes herkennen en met een goede veldbezetting van kant veranderen.
Zo zet je de oefening neer
Maak een veld van 30 bij 24 meter en verdeel dit in twee gelijke zones van 15 bij 24 meter. Zeven blauwe spelers staan als keeper, twee centrale verdedigers, twee backs en twee zessen. Drie rode spelers verdedigen.
Zo werkt de oefening
- De opbouw start bij de keeper in de achterste zone.
- Blauw probeert met minimaal drie spelers in de speelzone de bal naar een zes in de andere zone te spelen.
- Na de pass naar de andere zone sluiten maximaal drie blauwe spelers aan.
- Twee verdedigers mogen druk zetten in de balzone en één verdediger bewaakt de andere zone.
- Blauw scoort één punt wanneer de bal gecontroleerd van de ene naar de andere zone en weer terug wordt gespeeld.
- Na balverovering proberen de rode spelers binnen tien seconden te scoren bij de keeper.
Hier let je op
- Maak de speelzone breed met de centrale verdedigers en backs.
- Laat één zes dichtbij komen en de andere zes hoger blijven.
- Kijk eerst vooruit en speel alleen terug wanneer vooruit niet kan.
- Verplaats de bal snel wanneer de verdedigers naar één kant schuiven.
- Sluit direct aan na een pass door de middenlijn.
Laat slechts twee verdedigers actief druk zetten en maak het veld 34 bij 26 meter.
Speel maximaal twee keer raken en laat alle drie verdedigers vrij tussen de zones bewegen.
Vergelijkbare oefeningen
Gebaseerd op categorie, leeftijd, niveau en spelersaantal.