Een intensieve oefenvorm voor omschakelen na balverlies tijdens de opbouw van achteruit, met directe tegenpressing door de zes opbouwers.
Wat train je?
Spelers leren na balverlies meteen vooruit te verdedigen, het centrum te sluiten en samen de bal terug te winnen.
Zo zet je de oefening neer
Zet een veld uit van 32 bij 26 meter met aan beide korte zijden twee poortjes van 3 meter. Blauw speelt met zes opbouwers tegen vier rode verdedigers. Verdeel de blauwe spelers als twee centrale verdedigers, twee backs en twee zessen.
Zo werkt de oefening
- Blauw houdt balbezit en probeert door één van de twee poortjes aan de overkant te dribbelen.
- Rood probeert de bal te veroveren en dribbelt daarna zo snel mogelijk door één van de twee poortjes aan de andere kant.
- Na balverlies heeft blauw zes seconden om de bal terug te winnen.
- Wint blauw de bal binnen zes seconden terug, dan blijft het aanvallen.
- Na een punt of uitbal start de trainer direct met een nieuwe bal bij één van de centrale verdedigers.
- Wissel na drie minuten twee blauwe en twee rode spelers van rol.
Hier let je op
- De dichtstbijzijnde speler zet direct druk op de bal.
- De overige spelers sluiten het centrum en de korte passlijnen.
- Blijf vooruit bewegen en geef de tegenstander geen tijd om op te kijken.
- Houd tijdens de opbouw genoeg spelers achter de bal.
- Communiceer wie druk zet en wie rugdekking geeft.
Geef blauw acht seconden om de bal terug te winnen en maak het veld 35 bij 28 meter.
Geef blauw vier seconden en laat rood maximaal twee keer raken na balwinst.
Vergelijkbare oefeningen
Gebaseerd op categorie, leeftijd, niveau en spelersaantal.