Drukzetten op de opbouw staat centraal in deze verdedigende oefenvorm, waarin vier spelers de opbouw naar één kant sturen en daar de bal veroveren.
Wat train je?
Verdedigers leren samen door te schuiven, de pass naar de zessen af te schermen en op duidelijke momenten druk te zetten.
Zo zet je de oefening neer
Maak een veld van 34 bij 28 meter. Blauw bouwt op met een keeper, twee centrale verdedigers, twee backs en één zes. Rood verdedigt met vier spelers. Plaats twee uitspelpoorten op de middenlijn en één counterpoort bij de startlijn.
Zo werkt de oefening
- Blauw start bij de keeper en probeert gecontroleerd door één van de twee uitspelpoorten te dribbelen.
- Rood stuurt de opbouw naar één kant en probeert daar de bal te veroveren.
- De voorste rode speler zet de centrale verdediger onder druk en schermt de terugpass af.
- De overige rode spelers sluiten door en bewaken de zes en de dichtstbijzijnde back.
- Rood scoort na balverovering door binnen vijf seconden door de counterpoort bij de startlijn te dribbelen.
- Na elke actie start de keeper meteen opnieuw en wisselen de verdedigers na drie minuten.
Hier let je op
- Start de druk wanneer de pass naar een centrale verdediger onderweg is.
- Loop gebogen aan en dwing de bal naar de afgesproken kant.
- De tweede verdediger sluit de pass naar de zes.
- Houd de afstanden tussen de verdedigers klein.
- Schuif als hele groep mee wanneer de bal naar de back gaat.
- Herken wanneer je moet doordekken en wanneer je moet remmen.
Laat blauw maximaal drie keer raken en maak het veld 30 bij 26 meter.
Laat blauw vrij raken en geef een extra punt wanneer rood binnen drie seconden na balwinst scoort.
Vergelijkbare oefeningen
Gebaseerd op categorie, leeftijd, niveau en spelersaantal.