Met deze oefening voor rugdekking voetbal leren verdedigers in tweetallen wie druk geeft, wie afdekt en wanneer zij van taak moeten wisselen.
Wat train je?
Verdedigers leren in een 2-tegen-2-situatie goede druk te geven met directe rugdekking van een medespeler.
Zo zet je de oefening neer
Maak drie vakken van 10 bij 24 meter naast elkaar, samen 30 bij 24 meter. In ieder vak spelen twee aanvallers tegen twee verdedigers. Markeer aan beide korte zijden een scoringslijn van 3 meter diep.
Zo werkt de oefening
- De aanvallers scoren door de bal gecontroleerd over de scoringslijn te dribbelen.
- De dichtstbijzijnde verdediger geeft druk; de tweede verdediger staat schuin erachter en beschermt de diepte.
- Na balverovering proberen de verdedigers direct over de andere scoringslijn te dribbelen.
- Wissel na twee minuten de rollen en daarna de tegenstanders tussen de vakken.
Hier let je op
- De eerste verdediger remt de aanval af en stuurt de bal naar één kant.
- De tweede verdediger staat schuin achter de eerste en kan zowel bal als tegenstander zien.
- Verklein de afstand zodra de eerste verdediger druk kan geven.
- Neem elkaars taak over wanneer de aanvaller van richting verandert.
- Blijf praten met korte aanwijzingen zoals druk, links, rechts en overnemen.
Maak ieder vak 8 meter breed, zodat verdedigers minder ruimte tegelijk hoeven af te schermen.
Laat de aanval starten met een diagonale pass tussen de twee aanvallers, zodat verdedigers direct op beweging moeten reageren.
Vergelijkbare oefeningen
Gebaseerd op categorie, leeftijd, niveau en spelersaantal.