Dynamische 3-tegen-2-vorm op een half veld met een groot doel aan beide kanten. Drie aanvallers proberen met tempo een overtal uit te spelen tegen twee verdedigers en tot een doelpoging te komen. Na de eerste aanval volgt direct een nieuwe spelsituatie in de andere richting. De oefening vraagt om snel herkennen van de vrije speler, goed getimede loopacties en direct omschakelen.
Wat train je?
Train het uitspelen van een 3-tegen-2-overtal richting doel, met nadruk op tempo, breedte, het juiste moment van passen en afronden. Daarnaast leren spelers na het einde van een aanval direct om te schakelen en zich opnieuw te organiseren.
Zo zet je de oefening neer
Gebruik een veld van 68 × 52,5 meter met aan beide kanten een groot doel en een keeper. Drie blauwe spelers starten aan één zijde en spelen tegen twee rode verdedigers. De trainer staat aan de zijkant met extra ballen om na een doelpoging of onderbreking snel een nieuwe aanval te starten. Speel de aanvallen binnen de aangegeven speelruimte. Bij meer dan vijf veldspelers wordt doorgewisseld, zodat iedereen regelmatig aanvaller en verdediger is.
Zo werkt de oefening
- Start met drie aanvallers tegen twee verdedigers richting het eerste doel.
- De speler met bal dribbelt vooruit en probeert een verdediger naar zich toe te lokken.
- De andere twee aanvallers maken het veld breed en kiezen verschillende looplijnen.
- Speel de vrije speler aan zodra een verdediger uitstapt.
- Probeer vanuit het overtal snel tot een doelpoging te komen.
- Na de doelpoging of bal uit brengt de trainer direct een nieuwe bal in.
- De spelers schakelen meteen om en spelen de volgende situatie richting het andere doel.
- Wissel de rollen regelmatig door.
Hier let je op
- Dribbel met tempo vooruit als er ruimte ligt.
- Maak het veld breed zodat de twee verdedigers keuzes moeten maken.
- Loop niet alle drie in dezelfde lijn.
- Lok een verdediger uit voordat je de bal afspeelt.
- Speel de vrije speler op het juiste moment aan.
- Maak zonder bal een loopactie achter of naast de verdediger.
- Zoek de afronding zodra er ruimte voor een schot ontstaat.
- Schakel na een doelpoging of balverlies direct om.
- Verdedigers blijven compact en proberen de bal naar één kant te sturen.
- Communiceer duidelijk wie druk zet en wie rugdekking geeft.
Laat de twee verdedigers iets verder terug starten en geef de drie aanvallers enkele meters vrije ruimte om snelheid te maken. Hierdoor wordt het herkennen en uitspelen van het overtal eenvoudiger.
Geef de aanvallers maximaal twee balcontacten zodra zij in de aanvallende zone komen. Laat na iedere doelpoging direct een nieuwe bal voor de tegenrichting starten, zodat spelers sneller moeten omschakelen.
Trainer360 doet meer dan oefeningen verzamelen
Gebruik deze oefening in je training en regel vanuit dezelfde omgeving ook aanwezigheid, opstellingen, tactiek, wedstrijddag, teamtaken en statistieken.
Vergelijkbare oefeningen
Gebaseerd op categorie, doelgroep, niveau en spelersaantal.